Tragisch huwelijk van glas en lijm

0 Posted by - 28 januari, 2012 - Features, NRC Handelsblad
Beeld: Scheppingsramen Karel Appel, Bart Homburg

RESTAURATIE Vele glasappliquéramen dreigen te vergaan. Onbekend is hoe je ze moet restaureren. Met kerkramen van Appel wordt nu gepionierd.

TAMAR STELLING
NRC Weekend – Wetenschap | 28 – 29 januari 2012 | p. 6

Bijna waren ze gesneuveld, de scheppingsramen van Karel Appel. Appel ontwierp in 1957 zes scheppingsscènes voor het nieuwe kerkgebouw van bevriend architect Karel Sijmons; de Paaskerk in Zaandam. De Hervormde Gemeente Zaandam zou er gaan kerken, Freek de Jonge en zijn vader hielpen met de opzet.

De ramen zijn het vroegste werk van Appel in glasappliqué. Zeprojecteren een schitterend diffuus kleurenspel vlak voor de preekstoel, wanneer het zonlicht erdoor valt. Heel anders dan bij glas-in-lood houdt de techniek van glasappliqué in dat gekleurde stukjes glas simpelweg óp een vensterglas worden gelijmd. Dit maakt het procedé aanzienlijk sneller dan glas-in-lood, maar kennelijk ook een stuk minder duurzaam. De afgelopen jaren kwam Appels scheppingsverhaal stukje voor stukje naar beneden zetten. De lijm liet los.

Dit is het trieste lot van veel glasappliqués in Nederland. “Zienderogen verdwijnen steeds meer bijzondere stukken”, zegt keramiek-, glas- en steenspecialist Lisya Bicaci, van de restauratieafdeling aan de Universiteit van Amsterdam. “Glasappliquéramen komen in een vicieuze cirkel terecht van vervuilen en degraderen. Mensen durven de ramen niet schoon te maken uit angst de loszittende fragmenten te beschadigen, waardoor ze nog verder vervuilen, degraderen en uit elkaar vallen.” De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed(RCE) vond de laatste drie jaar meer dan honderd bestaande glasappliquéramen in Nederland met hun actie Help Wandkunst Opsporen. “Ik vermoed dat ruim de helft daarvan er slecht aan toe is.” Er zijn waarschijnlijk nog meer werken, waar het RCE geen weet van heeft.

Sinds 2005 huisvest de Paaskerk de Vrije Evangelische Gemeente (VEG). Zij erfden de Appelraamproblematiek. “Gooi er maar een steen door, zeiden enkele van onze leden. Kunnen we meteen de rotte kozijnen vernieuwen,” vertelt VEG -penningmeester Bart Schoone. Inmiddels is dat geen optie meer. Sinds 2010 is de Paaskerk een rijksmonument, als totaalconcept of ‘Gesamtkunstwerk’, met de scheppingsramen als belangrijk onderdeel. Gezien de urgentie van de raamsituatie riep de RCE in 2008 Bicaci’s hulp in. “Gelukkig maar”, meent ze. “Het zijn niet alleen de eerste glasappliquéwerken van Karel Appel, maar één van de eerste werken in glasappliqué überhaupt.” Met een opkomst rond 1952 is glasappliqué een piepjonge monumentale kunstvorm. Volgens kunsthistorica Carine Hoogveld is het een vinding van eigen bodem. “Maar glasappliqué zou best eens ontstaan kunnen zijn in samenwerking met Britse glasateliers.”

Wederopbouwkunst

In de wederopbouwperiode werd veel met nieuwe kunstvormen als glasappliqué geëxperimenteerd. Daar de techniek zo pril is, komt de restauratie van de bonte ramen nu pas aan bod. Bicaci analyseerde de lijm op de scheppingsraamfragmenten en vond vier verschillende soorten, in verschillende condities. “Sommige glasstukjes lieten al in een vroeg stadium los. Vermoedelijk plakten dienstdoende klusjes mannen die stukjes gewoon zelf weer terug.” Fragmenten raakten ook kwijt. Er zijn hapjes uit Adam en Eva, er zitten gaten in het ontstaan van het heelal en een vis mist zijn buik.

“Glas-op-glasverlijming in een architectonische context heeft men nooit echt diepgaand behandeld”, zegt Bicaci. Ze zag haar kans schoon om een eigen promotieonderzoek op te zetten. “Resultaten uit mijn onderzoek kunnen ook toegepast worden in de huidige praktijk. Ik schat dat er per jaar nog altijd zo’n vijf à tien nieuwe ramen bijkomen.”

Begin 2011 begon Bicaci met het redden van Appels glazen schepping. Daartoe verwijderde ze de zes ramen uit hun kozijn. “Dat was een heel logistiek gebeuren. Vijf van de zes raamstroken zijn vier meter dertig lang.” Vier tot vijf man moesten synchroon bewegen bij de verwijdering. “Bij iedere beweging laten fragmenten los en je zag soms zo een golfbeweging door de plaat gaan. Echt schrikbarend.”

Nu wil Bicaci alle 1.260 scheppingsraamfragmenten demonteren, schoonmaken en op nieuw, dikker vensterglas plakken. Maar met welke lijm? Op welke manier? En op wat voor soort vensterglas? “Gebruik ik siliconen, polyester of epoxy’s? Dat onderzoek ik de komende tijd in samenwerking met TNO en de Technische Universiteit Eindhoven.”

De eerste horde is alvast genomen; het loskrijgen van de glasfragmenten. “Lossnijden is niet te doen. De fragmenten zijn flinterdun, variërend van 1 tot 4 millimeter.” Toen Bicaci eenmaal wist met welke lijmen ze te maken had koos ze per fragment het meest geschikte oplosmiddel. “Polyvinylacetaat lost op in tolueen, aceton of ethanol, afhankelijk van het polymeertype van het gebruikte materiaal.” Vooralsnog lijkt ethanol het best te werken. Bicaci giet het oplosmiddel over een fragment en dekt dit af met folie, opdat de loskomende gassen niet verdampen maar hun werk doen. “Daarna probeer ik met een haarfijn veerstaal zachtjes onder elk fragment te komen.”

Lijmtechnieken

Een bijzonderheid aan Appels ramen is dat de zwarte fragmenten bestaan uit zwart geverfd helder glas. “Het oplosmiddel mocht dus wel de lijm aantasten, maar niet de verf.” Veel zwarte verf is al afgebladderd. “Stof, condens, de constante wisseling tussen hitte en kou, uvstraling, dat alles is funest geweest voor de verf en de lijm.” De lijm is veelal verdikt en broos geworden, wat het heldere glas verdonkert en vertroebelt. Bicaci zal proberen het klimaat in de kerk na te bootsen in een verouderingsmachine en hier een aantal soorten vensterglas, lijm, en Appels twaalf verschillende kleuren appliquéglas versneld aan bloot stellen. Kijken wat de test het best doorstaat.

Daarmee is Bicaci nog niet klaar. “Glasappliquéramen zitten meestal in gebouwen, dus je hebt te maken met de trillingen van een gebouw.” Verder moet het ingrijpen van een restaurator altijd eenvoudig omkeerbaar zijn. “Ik ga kijken naar verschillende lijmtechnieken. Nu zit ik met bloed, zweet en tranen elk fragment per stuk los te weken. Als je alleen de randen van een fragment insmeert met lijm in plaats van het hele oppervlak, hebben toekomstige restauratoren het mogelijk makkelijker.”

Bicaci bouwt aan een monsterarchief met informatie over alle glasappliquéramen, -kunstenaars en -ateliers. “Wat er nu is tezamen, vormt een soort levend laboratorium voor mij. Ik kan de conditie beschrijven van bestaande ramen,  verschillende lijmen in het veld bemonsteren en analyseren; al met al een hoop leermomenten.” Voor eigenaren van het glazen erfgoed – met name openbare gebouwen als kerken, ziekenhuizen, banken, scholen en treinstations – stelt Bicaci een onderhoudhandreiking samen.

Het was spannend het afgelopen jaar of er genoeg geld bij elkaar zou komen om Bicaci’s plannen te realiseren. “Gelukkig heeft Freek de Jonge zich ook sterk gemaakt voor de financieringensponsors aangesproken. Dat hielp wel.” Waardering is een heikel punt bij glasappliquéramen. “Wat zijn de mechanismen van waardering en hoe beslissen wij wat we bewaren en wat niet? Ik merk dat in het geval van de scheppingsramen mensen de magie van de hand van de kunstenaar missen. Karel Appel heeft immers niet zelf glasstukjes staan snijden.” Appel leverde het ontwerp en het Bevo Glaskunst Atelier te Amsterdam voerde het uit. Dit atelier bestaat overigens nog en bood aan om de ramen gewoon opnieuw te maken toen het hoorde dat ze in verval waren. Bicaci vindt dat onethisch. “Waarom vervangen als de oorspronkelijke stukken er nog zijn. Ik gebruik liever wat er al was.” Of het moet niet anders kunnen. “Sommige ramen bestaan uit duizenden verschillende stukjes. Het is geen doen om die per stuk te restaureren. Dan is nieuw glas bijsnijden een goede optie.”

Bicaci schat dat de scheppingsramen op z’n vroegst 2014 weer voor het publiek te bewonderen zijn. “Nu demonteer ik nog stukjes. In februari begint het montageklaar maken.”

Appel op de muur

Appel liet de kerk ook achter met een stukje gitzwarte Bijbeltekst op de muur, in zijn handschrift. ‘De ganse schepping wacht met reikhalzend verlangen op het openbaar worden der zonen Gods.’ Freek de Jonge beschrijft in het boek Zaans Veem hoe hij als klein jongetje gebiologeerd heeft staan kijken naar een met kwast schilderende Appel die eenmaal klaar met de tekst zei: “Ach joh, ik rotzooi maar wat an!” Pa De Jonge was woedend en dominee Van Petegem sprak van een schandaal. Weldra schilderde de kerk de tekst over.

Volgens professor Joris Dik, materiaalkundige aan de TU Delft, zou Appels schildering middels stratigrafisch onderzoek weer op te halen kunnen zijn. “Dan is het wel te hopen dat de gebruikte zwarte verf uit meer bestond dan alleen koolstof, ijzer ofzo, want koolstof vergaat volledig in de loop der tijd. Dat vind ik niet meer terug.”

Het huidige kerkbestuur ziet het niet zo zitten om Appels muurschildering te restaureren, laat Bart Schoone weten.

De ganse schepping

Beeld: Ed van der Elsken, Nederlands Fotomuseum