Onbevreesd het graf in

0 Posted by - 1 januari, 2010 - Features, NWT Mag. (Natuur & Techniek)
Beeld: Aspergillus Flavus, Dr Rob Samson
BANG Waarmee werden we deze maand bang gemaakt? NWT controleert de meest angstaanjagende verhalen op wetenschappelijk gehalte.

Bang voor vervloekingen zijn grafonderzoekers niet meer. Toch overlijden ze soms op mysterieuze wijze na het openen van een eeuwenoud graf. Nemen de doden wraak met behulp van levensgevaarlijke grafschimmels?

TAMAR STELLING en LEX VELDHOEN
natuurwetenschap & techniek | jan 2010 | nummer 1

Op zoek naar aanwijzingen over de gewelddadige dood van prins Willem van Oranje (1533-1584), gaat het onderzoeksbedrijf Delfttech zijn stoffelijk overschot met de modernste technieken te lijf. Momenteel rust de Nederlandse ‘Vader des vaderlands’ in de grafkelder van Oranje-Nassau, onder de Nieuwe Kerk te Delft. Maar zodra het paleis toestemming geeft, plukt Delfttech hem dezelfde dag nog uit zijn loden kist.

Niet iedereen vindt dit een verstandige onderneming. Prof dr Wiesław Barabasz, hoofd van de faculteit voor microbiologie aan de universiteit van Krakau, waarschuwt voor Aspergillus flavus, ook wel ‘de schimmel des doods’ genoemd. Deze schimmel heeft volgens Barabasz menig grafschenner het leven gekost. De bekendste zijn de mannen die op mysterieuze wijze overleden na het opdiepen van farao Toetanchamon.

In de buurt van Toetanchamons graf zou een inscriptie zijn aangetroffen die luidt: “Zij die deze heilige tombe binnengaan, zullen weldra omarmd worden door de vleugelen des doods.” Tien weken later stierf de expeditie-financier Lord George Herbert Carnarvon aan een infectie. Hoewel later onderzoek uitwees dat alle andere sleutelfiguren van de expeditie nog lang en gelukkig leefden – en de inscriptie helemaal niet bestond – was de ‘vloek van Toetanchamon’ geboren.

Ik voelde een rilling over mijn rug lopen, en kreeg last van hoofdpijn.

Tegelijkertijd stak een veelvoud aan mogelijke wetenschappelijke verklaringen de kop op. De verklaring ‘dood door schimmel’, oftewel Aspergillus flavus, is een van de populairste. Vooral in Polen vind deze verklaring veel navolging, met dank aan een heuse grafschennersvloek die zich in 1973 aandiende. In dat jaar werd in de kathedraal van burchtcomplex de Wawel in Krakau het graf geopend van koning Kazimierz Jagiellonczyk (1427-1492). Het graf was sinds de begrafenis van de vorst in 1492 – dus ruim vijf eeuwen lang – niet geopend.

De Poolse historicus en journalist Zbigniew Swiech schreef een boek over de grafopening en de opmerkelijke gebeurtenissen die daarna optraden. “Er waren al vaker in die kathedraal graven geopend of verplaatst, maar nooit eerder vielen daarbij doden. Vanaf de lente van 1974 overleden verrassend snel een aantal leden van het onderzoeksteam door hartaanvallen en herseninfarcten. In tien jaar waren zestien doden te betreuren, de helft van het aantal betrokken onderzoekers.”

Na de grafopening werd microbioloog prof dr Bolesław Smyk, de voorganger van Barabasz, uitgenodigd om onderzoek te verrichten. Het was immers denkbaar dat er bij opening van het graf interessante, maar ook gevaarlijke veranderingen in het microklimaat waren opgetreden. Smyk vertelde destijds aan Swiech dat hij zich meteen ongerieflijk voelde, eenmaal op de trap het graf in. “Ik voelde een rilling over mijn rug lopen en kreeg na twintig minuten bij het graf last van hoofdpijn en een onregelmatig hartritme. De volgende dag merkte ik evenwichtsstoornissen en daarna leed ik aan slapeloosheid en concentratieproblemen.” Smyk had er naar eigen zeggen nog vijf jaar last van. Artsen die hij bezocht wisten zich geen raad met de klachten.

Was er dan toch een vloek in het spel? Smyk dacht eerder aan een giftig microorganisme. Na een uitvoerige bemonstering van de lucht, het hout, de muren, de plafonds en de grafstenen kwam de schimmel Aspergillus flavus als grote boosdoener uit de bus. Barabasz: “Aspergillus flavus produceert aflatoxinen. Tijdens de ongeslachtelijke voortplanting van deze schimmel, door middel van sporen, komen de aflatoxinen ook in de lucht.” Aflatoxine is voor zover bekend de meest kankerverwekkende stof in de natuur. “Die toxinen adem je in, waarna ze zich ophopen in je lichaam. Daar zorgen ze uiteindelijk voor tumoren.” De schrik voor de Aspergillus flavus zit er goed in. Maar hoe gegrond is deze vrees nou eigenlijk? Moeten de Delftenaren afzien van hun geplande onderneming? “Ja, zonder meer”, zegt Swiech.

Biobakken

Bij het Centraalbureau voor Schimmelcultures (CBS) in Utrecht volgen microbiologen meewarig het Poolse horrorverhaal. Dr Rob Samson, hoofd van de sectie toegepaste industriële mycologie en Aspergillus flavus-kenner, gelooft niet dat ‘zijn’ schimmel verantwoordelijk is voor zoveel leed. Samson: “Ik weet van de ideeën die er zijn rond het Poolse graf. Ik heb dit altijd tegengesproken, evenals de zogenaamde vloek van Toetanchamon. Er doen al tientallen jaren verhalen de ronde over schimmels die zo gevaarlijk zijn, dat je bij wijze van spreken meteen doodvalt als je een besmette ruimte betreedt. Maar dat kan gewoonweg niet.”

Waarom is dat onmogelijk?

“We zijn omgeven door schimmels en ademen elk moment schimmels in. Elk gezond mens heeft een afweersysteem om daarmee om te gaan. Een boswandeling maken vinden we heel gezond. Nou, daar zweven miljoenen sporen per liter lucht rond, en het doet je niks. Bij compostfabrieken, waar de inhoud van onze biobakken wordt verwerkt, zweven per liter lucht makkelijk honderd miljoen sporen. De lucht ziet er soms echt blauw van de sporen, maar daar werken wel rustig veel mensen die nergens last van hebben.”

Kan Aspergillus flavus voortleven in ongeopende graven?

“In principe wel. Sporen van een schimmel kunnen vele jaren levensvatbaar blijven. Als het ontbreekt aan voeding om door te groeien, komen ze in een ruststadium. Zodra er weer lucht en water beschikbaar is, leven de sporen op. Maar het is niet zo dat schimmels als Aspergillus flavus superpotent worden na jaren aan eenzame opsluiting.”

Dus Willems Aspergillus flavus zal de Delftse onderzoeker niet te grazen nemen?

“Nee, ook omdat de Aspergillus flavus vooral in de tropen en subtropen voorkomt, en dan met name op pinda’s en noten, maïs, sojabonen of granen. Naar mijn weten komt de schimmel niet voor in kleffe grotten of tomben in Polen, en graven in Delft behoren al helemaal niet tot zijn milieu. Daarnaast produceren lang niet alle Aspergillus flavus-stammen de gevreesde aflatoxinen. Slechts een procent of dertig doet daaraan, en dan alleen onder optimale omstandigheden. Ook zweven de toxinen zeker niet zomaar door de lucht met de sporen van de schimmel, wat Barabasz beweert. Aflatoxinen worden geproduceerd in het substraat zelf, waar de schimmel op zit. Alleen met behulp van een nauwkeurige chemische analyse kom je erachter of er aflatoxinen in het spel zijn.”

Wanneer is de Aspergillus flavus dan wel schadelijk?

“Mensen met een verzwakt afweersysteem, zoals patiënten met aids of kanker, kan één spore al fataal worden. Maar bij gezonde mensen kan Aspergillus flavus niet ziekteverwekkend zijn.”

Is de grafschimmelmythe wel eens wetenschappelijk onderzocht?

“Nee, er is nooit onderzoek gedaan om deze hardnekkige mythe definitief te ontkrachten. We hebben het er wel eens over op conferenties, maar als wetenschapper zoek je die onderwerpen niet op, omdat het geen faam of wetenschappelijke impact oplevert. Ik stel me zo voor dat je op een gegeven moment toch naar al die grotten en graven toe moet om alles eens te analyseren. Maar wie gaat dat betalen?”

“Daarnaast zit ik al veertig jaar met mijn neus op de Aspergillus flavus. Letterlijk, want ik rook vroeger regelmatig aan schimmelcultures, waarbij ik héél veel sporen inademde. Ik leef ook gewoon nog en ik heb nog nooit een schimmelinfectie gehad, laat staan kanker.”