Massaproductie met liefde

0 Posted by - 28 november, 2012 - Exposities, NRC Handelsblad, NRC Next
Beeld: Radar Robot, Nomura (1971)

In Hoorn kun je nu robots en space toys uit de jaren 50 tot 70 zien. Zelfs de knullige aanprijzingsteksten in ‘Japans Engels’ zijn leuk.

TAMAR STELLING
NRC Handelsblad | 28 november 2012 | p. 20
nrc.next | 5 december 2012 | p. 22 & 23

Kocht je in de jaren vijftig of zestig een hippe robot dan had die een sparking helmet, swinging arms en belangrijk: laservernietigingswapens die shoot with sound and flash, waar wij tepels hebben. Met een beetje geluk werd zijn big machine gun vergezeld van authentic dino’s loud cry. Zoveel blijkt uit de bonte verzameling blik en plastic in primaire kleuren die je aankijkt vanaf wanden vol vitrinekasten in de voormalige gevangenis van Hoorn. Te zien zijn de collecties robots en space toys van wijlen Pierre Janssen, kunstjournalist die ook het AVRO-programma Kunstgrepen presenteerde, en van verzamelaar en robotdokter Marco van Gimst.

Halverwege de jaren 50 waren de speelgoedrobots in opkomst. „Dat liep een beetje parallel met de introductie van batterijen, lampjes en kleine motortjes om die robots aan te drijven”, zegt Van Gimst. De expositie Robots & Space Toys laat ook enkele robotjes uit de jaren zeventig zien, maar echt interessant is alleen het spul uit de beginperiode, de ‘Golden Age’ voor retrorobotica tussen 1955 en 1965, meent hij.

„De blikken Radicon Robot, de eerste afstandbestuurbare robot uit 1957, werd in Japan als massaproduct gemaakt, toch zie je liefde voor het product”, vertelt Van Gimst. Sommige robots bestaan uit meer dan 300 onderdelen. In de jaren 50 en 60 werden die allemaal met de hand gemaakt en in elkaar gezet. „De precisie, de perfecte afwerking; dat maakt een robot uniek. In China werd vanaf de jaren 70 gewoon in plastic mallen iets in elkaar gestampt met een chip erin en klaar.”

De Japanse retrobot is voor verzamelaars kunst, volgens Van Gimst. „Tot en met de doos toe; allemaal met de hand getekend en vorm gegeven.” Zelfs de knullige aanprijzingsteksten in ‘Japans’ Engels – een vliegende schotel die niet uit de lucht viel, was non-fall en in staat tot mystery action – zijn leuk. „Nu doen ze niet meer zo moeilijk; op speelgoeddozen staan wat opgeleukte fotootjes.”

Niet alleen de kwaliteit was beter voor de jaren 70. Van Gimst: „Het mooiste van de space toys is dat hun ontwerpen tot de maanlanding in 1969, alleen gebaseerd waren op ongebreidelde fantasie. Daarna ging al het speelgoed op NASA-voertuigen lijken.” Toch mochten speelgoedrobots niet al te fantasierijk en futuristisch worden, want dan liepen ze niet goed. Veel impopulaire robots toen zijn nu overigens heel gewild. „Neem Mr. Atomic uit 1963 – ook in de expositie. Dat is eigenlijk één grote torso met lampjes erin; meer een voorloper op een computerscherm.” Maar kinderen wilden een robot die kon lopen met twee benen, dingen kon vervoeren, met een hoofd met vonkende oogjes, dat liefst ook praatte. „Het Mr. Atomic design was z’n tijd ver vooruit.” Wel populair toen en nu is de Smoking Robot, nu door verzamelaars de Smoking Spaceman genoemd. „Hij knippert met z’n ogen en blaast rook uit. Dat spreekt tot de verbeelding. Die robot is zelfs in Windows 7 als profielfoto gebruikt”, vertelt de robotdokter.

De mallen waar de Japanners de blikken robots mee maakten waren zeer kostbaar. Van Gimst: „Vaak pakten ze een bestaande basis, die gaven ze een ander uiterlijk en ‘nieuwe’ functies, en dan hadden ze weer een nieuwe robot.”

Een van de beroemdste robotreeksen uit eenzelfde mal heet The Gang of Five. Dankzij hun imposante verschijning van 40 centimeter hoog zijn de bots geliefd in de retrorobotcommunity. „Tot 1997 was dat The Gang of Four. Toen kwam een verzamelaar die zei he: ik heb hier één van de ‘gang members’, maar hij is rood en er staat Machine Man op,” vertelt Van Gimst. Inmiddels zijn er wereldwijd twaalf van deze Giant Machine Mans gevonden, waarvan eentje, die van Van Gimst, nu in Hoorn te bewonderen is. „Ik heb er een half jaar voor moeten onderhandelen. Hij was in een hele slechte staat, maar ik heb hem opgelapt.” Van Gimst heeft thuis een robotwerkkamer vol reservelampjes, -armpjes, -voetjes en -wieltjes. „Nu is hij 35.000 euro waard . ”Maar onbespeeld, met originele doos? „Zo’n anderhalve ton.”

Robots & Space Toys, t/m 28 april.
Museum van de Twintigste Eeuw.
lnl.: www.museumhoorn.nl