Het dier is dood, leve de kunst

0 Posted by - 3 april, 2009 - Features, HP/De Tijd
Beeld: vrij naar Helena & El Pescador door Marco Evaristti, HP/De Tijd

Dieren zijn hun leven niet meer zeker in handen van de kunstenaar. Want die kiept kuikens in de shredder, ketent honden aan museummuren en rommelt met genetisch materiaal. ‘De muskusrat moet dood.’

MIRJAM VAN SPELDE en TAMAR STELLING
HP/De Tijd | 3 april 2009 | week 14

“Probeer maar eens een kunstenaar te vinden die nog nooit iets met levende dieren heeft gedaan,” stelt de opvallend roze geklede Nederlandse kunstenares Tinkebell. “Dat zijn er héél weinig!”

Hoewel dat nog te bezien valt, is het gebruik van echte dieren in de kunst sinds enkele jaren wel flink in opkomst. Alsof ze blokken marmer zijn of olieverf, eigenen kunstenaars zich het ‘dier’ toe als medium. Denk aan Damien Hirst, die haaien en koeien preserveert in bakken formaldehyde, en die met een veiling van dergelijk werk bij Sotheby’s vorig jaar september nog 150 miljoen euro ophaalde. Of aan de Belg Jan Fabre, die ook vorig jaar met een veelvoud aan opgezette vogels en andere beesten een tijdelijke opstelling kreeg tussen de Vlaamse meesters in het Louvre. Art Rotterdam stond dit jaar zelfs in het teken van dieren (en seks). En het thema ‘dier’ roept ook alweer tegendraadse reacties op van andere kunstenaars, zoals David Shrigley met zijn ‘I’m dead’-kat uit 2007: een opgezette kat die een bord omhoog houdt met de tekst ‘I’m dead’.

Maar werkelijk choquerend is het gebruik van lévende wezens in kunstinstallaties. Spraakmakende incidenten halen zo nu en dan het nieuws, zorgen voor een relletje, maar dat een veelvoud aan kunstenaars wereldwijd gelijksoortige fratsen met diertjes uithaalt, is een onderbelicht fenomeen.

Jonge haantjes leggen geen eieren. En als ze zoons zijn van legkippen, groeien ze ook niet uit tot malse boutjes. De bio-industrie heeft geen plaats voor deze mannelijke kuikens, die zodoende direct uit het ei worden vergast. Maar in mei 2007 redt Tinkebell, of Katinka Simonse, er zestig van dit tragisch lot. Onder de noemer ‘Save the Males’ zet ze de donzig gele beestjes gemoedelijk bijeen in een houten bak, op de ecologische designbeurs te Amsterdam. Kuikens te koop, voor vijftien euro per stuk. Onverkochte kuikens zouden aan het einde van de dag en plein public de shredder in gaan.

Tinkebell verkocht tien kuikens. Het ecobeurs-publiek, wetend wat de overige vijftig te wachten stond, werd steeds agressiever. De shredder werd gestolen, waarop Tinkebell dreigde de kuikens dan maar dood te gooien. Uiteindelijk werden de kuikens opgekocht door de organisatie en naar een opvanghuis gebracht. Tinkebell zelf werd later aangehouden door de politie.

Ze claimt ‘ontwerper van discussies’ te zijn. Die haantjes zouden zonder haar interventie immers allang al zijn afgemaakt, dus wat valt haar nou precies te verwijten? Wat doet ze anders dan ons confronteren met iets wat sowieso was gebeurd? Vreemd dat men zo ontdaan reageert op praktijken die al decennialang ten dienste staan van ons goedkope supermarkt-eten.

Een andere kunstenaar die internationaal de gemoederen verhit, is Guillermo Vargas uit Costa Rica. Vargas ketende in 2007 een verhongerende zwerfhond aan de muren van de Códice Gallery te Nicaragua. Het werd de bezoeker ten strengste verboden het dier te voeren. Op internet circuleerden foto’s, verhalen en petities die suggereerden of claimden dat het beest was bezweken. Ook Vargas wees enkel op de hypocrisie van zijn verongelijkte publiek. Elke dag sterven op straat dagelijks tientallen honden aan ondervoeding en uitdroging, en daar kraait geen haan naar. Gebeurt dit tussen de beschaafde witte muren van een galerie, dan staat ineens iedereen op zijn achterste poten.

Toch heeft niet elke diergebruikende kunstenaar de verhouding tussen mens en dier als thema. Marco Evaristti wilde het publiek de keuze voorleggen tussen goed en kwaad. In twee musea, in Denemarken in 2000 en in Oostenrijk in 2006, had hij blenders geïnstalleerd waarin goudvissen rondzwommen. Met een simpele druk op de knop veranderde dit schouwspel in een goudvisshake. De bewuste knop bleek onweerstaanbaar voor een aantal bezoekers.

Ook de kunstenaar Theo van Meerendonk gaat het niet in eerste instantie om de rol van het dier in onze maatschappij. Van Meerendonk vroeg zich vooral af hoe je subject en doek zo dicht mogelijk bij elkaar brengt. Een daadwerkelijke afdruk van het onderwerp leek toen voor de hand te liggen.

Ik gebruik voedingskleurstoffen, en heb de vissen na afloop gewoon aan de kat gevoerd.

In 2001 smeet hij in Antwerpen in verf gerolde varkenskarkassen zo hard mogelijk tegen canvas aan. In 2003 maakt hij furore door in verf gerolde goudvisjes te laten doodspartelen op doek. De laatste lijdensweg van een goudvis vereeuwigd. Het Stadsmuseum van Woerden kon dit werk welgeteld twee dagen tentoonstellen, voordat de dierenrechtenorganisaties er lucht van kregen en de politie het in beslag nam, inclusief de videobeelden van het maakproces. Van Meerendonk werd schuldig bevonden aan dierenmishandeling.

Zelf ziet de kunstenaar niet in waarom. “Het is hooguit een andere vorm van consumeren. Ik gebruik geen gewone verf, maar voedingskleurstoffen en heb de vissen na afloop van het project gewoon aan de kat gevoerd.” Ook de varkens uit 2001 was Van Meerendonk van plan te eten en ter conservering had hij er pekel op gestrooid. “Helaas kon de pekel niet goed in het vlees dringen, omdat het er bij elke krachtige zwaai telkens uit geslagen werd.” Waar kunstenaars voorheen nog worstelden met perspectief en lichtval, worstelt Van Meerendonk met de praktische bezwaren van werken met bederfelij ke waar. “Zo had ik ooit lieveheersbeestjes doodgedrukt op doek, maar dat bleek niet goed te houden.”

Momenteel is Van Meerendonk creatief bezig met muskusratten. “De muskusrat moet dood. Muskusratten zijn een serieuze bedreiging voor ons polderland.” Maar ze gewoon ruimen vindt hij zonde. “Planteneters smaken over het algemeen zeer goed. Alleen de geurklieren aan de pootjes van de muskusrat gooien nog weleens roet in het eten.” Van Meerendonk droomt van leveringen van vers muskusratvlees aan voedselbanken en van muskusratbontjassen.

Hoewel het niet zijn doel is een discussie te starten over het dierenwelzijn, lijkt dit in Van Meerendonks situatie onontkoombaar. “Het blijft een bijeffect,” zegt hij. Hoeveel goudvisjes er bijvoorbeeld exact zijn gesneuveld, is onzeker. Hij claimt achttien, ‘maar het kan er ook eentje geweest zijn’. Het is moeilijk voor Theo van Meerendonk om eenduidig te zijn over dit soort zaken. In zijn wereld is er de man Theo en de kunstenaar Van Meerendonk, wiens wegen voor Theo niet altijd te doorgronden zijn en wiens beslissingen hij ook niet altijd te pruimen vindt.

De kracht van de boodschap ten spijt, de motieven van deze kunstenaars zijn wel degelijk in twijfel te trekken. Want is het met dit shockerende materiaal niet gewoon makkelijk scoren in een wereld waar het kunstenaars steeds lastiger gemaakt wordt naam te maken? Zowel Tinkebell als Vargas, Van Meerendonk en Evaristti hebben werk in hun oeuvre waar geen dierenleed bij kwam kijken, maar dat heeft hun geen naamsbekendheid gebracht. En het is ook geen werk waarnaar veel wordt gevraagd tijdens interviews. Shock heeft ze op de kaart gezet, en daar zijn ze zich ook van bewust. Toch zijn er verschillen in de wijze waarop ze daarmee omgaan. Want waar Theo van Meerendonk verveeld reageert op de zoveelste vraag over vissen, lijkt de vegetarische kuikenredster Tinkebell het shockeffect bijna uit te melken.

In januari 2008 gaf Tinkebell de kijkers van het programma De Wereld Draait Door een vrij beeldende beschrijving van hoe zij de nek van haar huiskat brak. De tweejarige kat Pinkeltje leed volgens zijn eigenaresse aan een depressie, wat haar deed besluiten over te gaan tot wurging van het beestje. Vervolgens verwerkte ze de vacht tot handtasje. Een onthutste Matthijs van Nieuwkerk vroeg haar: “Je hebt de nek gebroken van je kat?” Waarop ze opgewekt antwoordde: “Ja, maar het is een heel mooie tas geworden!”

Kunstenaars die louter willen choqueren, vallen snel door de mand. Belangrijke kunstenaars hebben iets te vertellen.

Ze wil graag ‘het opmerkelijke gedrag van mensen duiden’, maar ze is hiermee wel zelf degene geworden die zich het opmerkelijkst gedraagt. Tinkebell vragen wat ze nou vindt van haar gebruik van dieren, die ze als objecten zegt te zien, levert niet veel meer op dan een wijzend vingertje. “Het werd altijd al gedaan; dieren in stillevens zijn ook gedood voor dat schilderij.” Of: “Nu wordt het alleen gehypet door de media.” Het is de vraag in hoeverre het choquerende effect van een werk de boodschap vertroebelt.

Het ‘onbegrip’ heeft Tinkebell overigens wel een boek opgeleverd. Mei dit jaar komt een bundeling uit van alle haatmail en dreigbrieven die ze mocht ontvangen van 2004 tot en met 2008, voornamelijk in reactie op haar gebruik van dieren. Saillant detail: het boek bevat persoonlijke informatie over alle afzenders.

Er is nog een geheel andere tak van de hedendaagse dierenkunst, zo mogelijk nog onbekender. Eentje waar dieren niet het loodje leggen, maar juist ontstáán. Bij het Arts and Genomics Centre in Leiden komen kunst en wetenschap samen in het fenomeen ‘bio-art’. Maar bio-art is een wereldwijde beweging, die ons heeft doen kennismaken met onder meer tweekoppige zebravisjes, dansende bacteriën en vlinders met oogpatronen op de vleugels.

Een bekend bio-artist is Adam Zaretsky. Op 18 maart dit jaar bood hij prins Willem-Alexander het Orange Pheasant-plan aan. Dit houdt in dat Zaretsky graag een ‘Koninklijke Transgene Fazantenkweek-faciliteit’ te Leiden wil opzetten, waar hij oranje fazanten wil broeden die Alexanders jachtgronden zullen bevolken, totdat de prins ze afschiet. Iets wat hem gemakkelijker af zal gaan dan voorheen, door hun opvallend oranje pluimage. Zie YouTube voor een geestig visueel verslag van Zaretsky.

Wat moeten kunstenaars met biotechnologie? Kunstenaars duiken wel vaker op nieuwe technieken en denkbeelden, maar in dit geval ligt er ook een duidelijke maatschappelijke betrokkenheid aan ten grondslag. Door biotechnologie te gebruiken op een niet per se wetenschappelijk verantwoorde wijze, ontstaat meer publiek debat over wat nou wel en niet zou moeten mogen kunnen met dat genetisch gemanipuleer. Want worden er in de laboratoria niet heel veel cruciale beslissingen genomen waarover iedereen iets te zeggen zou moeten hebben? Dit is het life sciences debat.

“Hier de kunst voor aanwenden is een strategie,” zegt professor Rob Zwijnenberg, directeur van het Arts And Genomics Centre en hoogleraar kunstgeschiedenis in Leiden. “Je mag een beestje geen onnodig leed berokkenen, en het leed dat je zo’n beestje dan aandoet, moet weg te strepen zijn tegen het algemeen nut. Wetenschappers zeggen dan: ‘We cure cancer.’ Klaar. Kunstenaars stellen die nuttigheid ter discussie. Hierbij wordt geridiculiseerd en geradicaliseerd.”

Ridicule en radicale voorbeelden genoeg in de bio-art. Neem het fluorescerende konijn Alba van Edouardo Kac, een van Zwijnenbergs persoonlijke favorieten. “Als je iets duidelijk wilt maken, moet je vaak toch een soort provocatie inbouwen.” Het konijn kreeg zijn fluorescerende gen van een kwal en kleurt zodoende neongroen in blauw licht. Met de leus ‘Free Alba’ wilde Kac van het ‘object’ konijn Alba weer een huisdier maken. Zaretsky: “We weten niet meer of deze dieren onderzoeksobjecten zijn of huisdieren, wild of voedsel.”

Het groene konijn zette een stroom van media-aandacht op gang. Toch kom je er volgens Zwijnenberg niet in het bioartwezen als je slechts uit bent op aanstoot geven. “Het conceptuele proces is net zo belangrijk als het eindresultaat. Daarom zullen kunstenaars die louter willen choqueren snel door de mand vallen. Belangrijke kunstenaars in het veld hebben echt iets te vertellen.” De kunst van Van Meerendonk vindt hij daarom niet echt interessant. “Tja, je hebt ook kinderen die heel nare dingen doen met beestjes…”

Pratend met kunstenaars en wetenschappers valt op hoe gemakkelijk je meegaat in hun logica en hoe weinig er uiteindelijk tegen in te brengen valt, wanneer men je wijst op de dagelijkse praktijk. Want als doden en modificeren voor voedsel mag, waarom dan niet voor kunst? Wie is nou eigenlijk zijn realiteitszin kwijt? Zij of wij? Next stop: human art.