Fabeldierenboek met tamme boodschap

0 Posted by - 31 augustus, 2013 - Boeken, NRC Handelsblad
TAMAR STELLING
NRC Weekend – Wetenschap | 31 aug – 1 sept 2013 | p. 6

Zoek je een luchtige introductie tot de jongste mensgemaakte schepsels uit het lab? Dan is dit je boek. Luttele decennia van klonen, genetisch manipuleren, telemetrie en cybernetica brachten ons op afstand bestuurbare cyborg insecten, dolfijnen met staartprotheses, muizen met slagtanden, watervlooien met ieniemini tracking zenders en cryogene tanks vol DNA van bedreigde diersoorten.

En niet te vergeten: biopharming met zijn dieren-als-medicijnenfabriekjes. Denk aan geiten die melk produceren met extra lysozymen (die bacteriën afbreken); een wonderelixer voor het immuunsysteem van kinderen. Betrokken wetenschappers hopen dat op een dag zelfs het kleinste dorpje in Brazilië – waar 10 procent van de kinderen sterft vóór hun vijfde verjaardag – een paar van deze geitjes heeft staan.

Emily Anthes zocht veel onderzoekers en hun high-tech dieren op en doet verslag in treffende kenschetsen en hilarische anekdotes. ‘Frankenstein’s Cat’ leest als een vlot geschreven eenentwintigste-eeuws fabeldierenboek, aangevuld met een aardig overzicht van de ontwikkeling van biotechnologie sinds de ontdekking van het DNA in 1944. Voor hen die meer de diepte in hadden gewild bij de behandeling van alle biotechstof zit achterin het boek een indrukwekkende notenlijst.

Interessant zijn niet alleen de nieuwsoortige beesten, maar ook wat er allemaal komt kijken bij de eventuele exploitatie ervan. Toen duidelijk was dat de GloFish, een zebravisje dat dankzij extra koraalgenen verkrijgbaar is in vier neonkleurtjes, in niks een bedreiging vormt voor samenleving of milieu, waren tegenstanders binnen de overheid toch nog niet klaar met ondernemer Richard Crockett. De GloFish zou omstanders aesthetic injury berokkenen.

Elders in het commerciële domein leek klonen even een interessante markt door al die huisdiereigenaren die menen dat hun huisdier er één uit duizenden is. Uiteindelijk zijn het vooral veehouders die echt overgaan tot het dupliceren van dieren. Een gekloond dier kon weleens met een heel ander uiterlijk en temperament ter wereld komen dan zijn origineel. Het motto binnen de cloning business luidt inmiddels dan ook: klonen is reproductie, geen resurrectie (wederopstanding)!

Toch is het jammer dat Anthes niet íets scherpzinniger omspringt met al die op zichzelf bijzonder interessante biotechprojecten. In de categorie ‘is dat nou wel nodig’ werken Chinezen onverdroten voort aan de creatie van 100.000 mutantmuizen, geven Amerikanen miljoenen uit aan het coûte que coûte in de wereld houden van een handjevol bedreigde exotische katten. En hopen de Russen van hun Siberische toendra’s weer grasland te maken middels de herintroductie van grote kuddes pleistocene dieren – onder andere de mammoet. Tja.

Anthes gaat wel in op ethiek en dierenwelzijnskwesties, maar doet dit wat halfslachtig en tam. Grote namen komen langs – Peter Singer, Hal Herzog, Thomas Nagel –maar weloverwogen kritiek aan het adres van de biotechnologie blijft uit. Het is nu eenmaal altijd al zo geweest dat we dieren aanpassen en inzetten voor onze doeleinden, schrijft ze. Zie, we hebben er duizenden jaren aan selectief fokken op zitten. Dankzij genetische manipulatie is dat geambieerde model hond veel sneller binnen handbereik, minus heupdysplasie. Biotechnologie is slechts een werktuig. En werktuigen zijn niet inherent goed of slecht, je kunt ze voor de goede én de slechte zaak inzetten. Ofwel de gebruikelijke pro-biotech retoriek. Lekker overheen lezen.

Emily Anthes: Frankenstein’s Cat
Oneworld Publications, 241 blz, €10,99
***