De donkere kant van Sharon Jane Dompig & Atlynn Vrolijk

0 Posted by - 1 april, 2011 - Interviews, Moesson
Beeld: Sharon & Atlynn, Joan van Nispen tot Sevenaer

Sharon Jane Dompig & Atlynn Vrolijk Donderdagavond 10 maart half negen, ik sta in wat lijkt op een art galerie, maar de ruimte is haast geheimzinnig donker en de achtergrondmuziek onkarakteristiek overheersend. Hoor ik nou R&B?

TAMAR STELLING
Moesson | april 2011 | nummer 10 

De opening van expositie DOOVOO, the dark side in full color! in cultuurhuis BTHECITY te Rotterdam is duidelijk geen duffe vernissage, maar een heuse Art Show. Compleet met optredens van onder andere percussielegende Nippy Noya, ter lancering van een verzameling magisch en duister aandoend werk. Bijzonder, maar bij mij doemen wel wat vragen op. Gelukkig tref ik initiatiefnemers Dustin Lalihatu en diens oom Derek Leatemia voor tekst en uitleg.

Wat is dit nu: DOOVOO@BTHECITY?

Lalihatu: ‘Nou, ten eerste, BTHECITY is bedoeld als platform voor Nederlandse kunstenaars met een niet-westerse achtergrond. Voor die energieke multiculturele stadsvibes die we nu nog missen in het Stedelijk, bij wijze van spreken. Want contemporain Nederland is best wel een gesloten veste. Dat zeg niet alleen ik, zoiets bleek ook uit onderzoeken van het OCW onder minister Plasterk. Nederland is niet cultuurdivers, maar dat komt wel, en wij zijn een instrument daarin. Met DOOVOO richten we ons nu op derde en vierde generatie kunstenaars. Op jonge mensen, die niet meer bezig zijn met de blanke overheerser of het postkolonialisme, maar voor iets nieuws staan dat uit die vermengingen in een multiculti-stad als Rotterdam voortkomt: Urban Art.

Het woord DOOVOO zelf is een beetje onze eigen flavor variant op voodoo. De exposerend kunstenaars hebben Surinaamse en Indische roots, en zijn bekend met ofwel winti of goena-goena. Iedereen had daar wel wat mee.’ Lachend voegt Lalihatu daaraan toe: ‘Bijgeloof hè.’

Twee van Lalihatu’s urban artists vind ik in DOOVOO’s kleurrijke afgezanten van de Willem de Kooning Academie te Rotterdam: de Surinaams-Indische Sharon Jane Dompig en Indische Atlynn Vrolijk. Beiden zijn in de twintig en fotograferen.

Wat hebben jullie dan precies met voodoo?

Atlynn: ‘Ik ben helemaal niet thuis in de voodoo, dat is toch meer Surinaams. Maar die zwarte magie sprak me wel aan als thema voor een fotoshoot.’

Sharon Jane: ‘Voodoo is iets waarvoor ík me het liefst afsluit. Toen vast stond dat dit het thema werd, dacht ik: oh god. Ik wil altijd diep in een onderwerp kunnen duiken voordat ik werk maak, maar ik dacht: als we voodoo gaan doen wordt het een beetje link. Dan word ik een soort van bang, het is eng om iets niet onder controle te hebben. Surinamers zijn sowieso heel erg bijgelovig, al die rituelen en gebruiken.’

Hoe proberen jullie dat donkere tot uiting te laten komen in jullie werk?

Sharon Jane: ‘Oh op verschillende manieren. Bijvoorbeeld in de serie “Saray” ging ik uit van voodoopoppen. Ik gebruikte een fysieke foto als pop, bewerkte deze met naaldjes en gekke stiksels, en maakte daar dan weer foto’s van. Zo ontwikkelde ik mijn eigen ritueeltjes.

En voor werk als “Wayta” haalde ik de menselijkheid van mijn model soort van weg uit het beeld. Door haar tepels te wissen of dingetjes die niet kloppen juist te laten. Pech dat haar ogen half open staan, maar dat pakt me gewoon juist meer.’

Atlynn: ‘Ja, van mij hoeft het ook niet altijd allemaal mooier en gelikter. Het spijkertje in de muur achter een model, ik laat het gewoon zitten. En voor DOOVOO heb ik bewust foto’s willen schieten met een lange sluitertijd. Zodat er een soort van vaagheid in het beeld komt, dat onduidelijk is wat nou echt de voorstelling is.’

Klopt dat voor jullie nou, dat los zijn van een koloniaal verleden waar Lalihatu over spreekt?

Atlynn: ‘Mijn vader is Indisch, en wat mij vooral verwonderde als kind, is dat hij geen Maleis spreekt. Blijkbaar was het niet netjes om de oorspronkelijke taal te spreken, dus heeft mijn pa dat nooit geleerd. Wel jammer. Maar verder… we voelen niet die ballast waar onze ouders misschien nog wel last van hadden, van wat er toen is gebeurd en waarom ze weg moesten.’

Sharon Jane: ‘Jaa, naja, ik voel me er ergens wel mee verwant, want door de slavernij konden mijn voorouders lekker mixen in Suriname en ben ik er nu. Wat ik veel gekker vind is hoe sommige Nederlanders nu nog over rassenzaken kunnen denken. Dat iedereen het maar heel normaal vindt dat alle knechtjes van Sinterklaas zwart zijn enzo. Ja toch?’

Wat hebben jullie dan nog met jullie roots denk je?

Atlynn: ‘Voor m’n afstudeerproject maakte ik de fotoserie “Origins”, een hele studie naar mijn herkomst. Ik was erg geïnspireerd door die familiealbums vol ouwe vergeelde foto’s uit Indië van mijn tante. Dus fotografeerde ik de Indische familieleden aan mijn vaders kant, en heb ik deze foto’s zwart-wit afgedrukt en bewerkt in de koffie – zodat ze er ook oud uitzagen.

Ik zat echt dagen bij mijn tante om het eerst allemaal te bekijken, en aan de hand daarvan te bepalen wat ik mijn modellen aan liet trekken, of waar ik ze liet staan. Wel soms met een bewust foutje hier en daar, om het zegmaar “van nu” te maken. Bijvoorbeeld die van stof ingevlochten hoedjes die mannen toen droegen, heb ik juist als styling element bij de vrouw gebruikt. Wat je doet is sfeer opsnuiven, en als je denkt: oh daar kan ik iets mee in m’n eigen foto’s, dan neem je dat mee.

Ik voel me wel ook echt Indisch, door de tradities, het eten, de woordjes, het samenzijn… En ik zal nooit een verjaardag te vroeg vieren of m’n nagels ’s avonds vijlen – van oma geleerd, haha.’

Atlynn Vrolijk (Hawaii, 1984) studeerde juli 2009 af aan de Willem de Kooning Academie te Rotterdam, specialisatie fotografie, en is moeder van dochtertje Iva (2010). Eerder was ze in de leer bij onder andere fotograaf Dennis Duijnhouwer – die Volkskrant MagazineBlend en Code tot zijn opdrachtgevers mag rekenen – en Daan Brandt van modellenbureau House of Orange. www.atlynnvrolijk.nl

Sharon Jane Dompig (Groningen, 1989) studeert juli 2011 af aan de Willem de Kooning Academie te Rotterdam, eveneens met als specialisatie fotografie. Momenteel woont ze in Amsterdam, waar ze recentelijk nog exposeerde bij TROUW en een maand of vijf meeliep met fotografenduo Petrovsky & Ramone. www.sharonjane.tumblr.com

Sharon Jane: ‘Ik ben nu aan het afstuderen, en bezig met een aantal zelfportretten – ook een soort zoeken naar wie je eigenlijk bent. Ik denk niet dat je daar ooit achterkomt hoor, maar ik ben niet zoals Atlynn direct bezig met mijn roots. Misschien dat dat nog komt. En als ik erover nadenk, voel ik me vooral Surinaams, ook al zijn mijn beide oma’s Indisch. Waarschijnlijk omdat ikzelf echt zo’n mengproduct ben.’

Jullie hangen hier omdat BTHECITY zich specifiek op de niet-westerling richt, maar merken jullie wel iets van een verschil? Tussen jezelf en de autochtoon?

Atlynn: ‘Ik snap wel dat het aantrekkelijk is om ons zo te promoten nu we hier allemaal hangen, maar ik merk die verschillen niet zo, nee.’

Sharon Jane: ‘Ik voel juist dat ik ertussen in zit, tussen Nederlanders en buitenlanders. Dat je bij beide clubjes thuishoort en ook niet helemaal.’

Komt dat ook tot uiting in je werk?

Sharon Jane: ‘Soms lijdt het tot onzekerheid bij mij, zweven tussen twee groepen. En dat kun je wel terug zien in zelfportretten. Bijvoorbeeld in het werk “Abused I”. Dit is een reactie op de fashionwereld van nu. Je ziet meisjes die er alles voor over hebben om op hoge hakken te lopen om er mooi uit te zien, maar ondertussen doet het gewoon pijn en blijft iedereen onzeker. Daarom gaf ik mijn model hakken aan van pleisters, en voeten die bloeden. Ze loopt op bloedende voeten.

Ik noem het een zelfportret, ook al ben ik het eigenlijk niet zelf. Maar het is wel iets waar ik me erg mee bezig kan houden: in hoeverre is hoe je eruit ziet nou bepalend voor hoe mensen naar je kijken?’

Atlynn: ‘Maar ik zie het niet snel aan de foto’s zelf hoor, of ze gemaakt zijn door een Nederlander of niet.’

De kunsten in Indonesië zijn behoorlijk in opkomst. Kijken jullie daar weleens naar?

Sharon Jane: ‘Ah man, ik heb nu echt het idee dat ik weer zoveel moet zien! Zo suf dat ik me daar nog niet in verdiept heb.’

Atlynn: ‘Het was tijdens mijn afstuderen financieel helaas niet mogelijk om echt naar Indonesië te gaan. En kort daarna raakte ik zwanger en dan ben je wel even met andere dingen bezig.’

Waar komt de inspiratie dan wel vandaan?

Atlynn: ‘Overal. Als je specifiek namen wilt, ik vind werk van Guy Bourdin en Miles Altridge erg goed. Daar identificeer ik me dan mee, sterke voorbeelden blijven in m’n hoofd hangen. Maar ik ben niet academisch op zoek naar invloeden en stijlen, dat niet.’

Sharon Jane: ‘Ik kijk gewoon om me heen. Dingen die ik op straat zie, bepaalde beelden die ik zie. Of mensen waar ik mee praat die me inspireren.’

Echte ‘Urban Artists’ dus. Fotograferen, dat is en dat blijft het?

Sharon Jane: ‘Tja urban – ik kom uit een stad? Haha, maar ja met fotografie kan ik m’n ideeën het fijnst projecteren. Mijn camera kan ik overal gebruiken. Ik kan alles fotograferen wat ik wil. En daarmee een soort fantasiebeeld creëren. En ik ben sinds kort weer gaan filmen, ik maak wel eens muziek. Gewoon lekker eclectisch bezig blijven. Van alles wat, weetjewel?’

Atlynn: ‘Ben heel blij dat vandaag nu af is. Eerst even stoom afblazen! En daarna galeries afgaan met mijn werk. Ja, ik ga hier heel graag mee door.’

DOOVOO The dark side in full colour. Nog tot en met 24 april in cultuurhuis BTHECITY, Hoogstraat 34A in Rotterdam. Meer info: www.bthecity.com Geopend: dinsdag, zaterdag en zondag van 13.00 tot 17.00 uur.